Bij Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) zijn de hersenen iets kleiner en minder actief, vooral in de gebieden die de aandacht, planning en beheersing over impulsen regelen. De boodschapperstof dopamine is ook minder beschikbaar in die gebieden, zodat die functies minder goed werken. Het gaat dan met name om de functies als planning, aandacht en concentratie, motivatie, het korte termijngeheugen en de impulscontrole.

Filterfunctie werkt minder goed

De hersenen beschikken over een filterfunctie die bij mensen met ADHD minder goed werkt. Deze filterfunctie maakt het mogelijk om de belangrijke prikkels uit de omgeving te halen. De ene prikkel komt wel binnen, de andere niet of minder. Bij mensen met ADHD functioneert het filter minder goed: hierdoor komen álle prikkels  binnen. Iemand met ADHD kan zich daardoor minder goed concentreren op een gesprek. De stem van de gesprekspartner klinkt immers even hard als de stem van iemand die een eindje verderop staat.

Ook lijken prikkels soms harder binnen te komen bij mensen met Attention Deficit/ Hyperactivity Disorder. Het tikken van een klok bijvoorbeeld  klinkt voor hen veel harder dan bij andere mensen het geval is. Daarnaast is het terughalen van informatie voor ADHD’ers lastiger door de verminderde filterfunctie. Informatie wordt door de gebrekkige aandacht soms niet goed opgenomen of opgeslagen.

Medicatie ADHD

Medicijnen helpen vaak goed bij mensen met ADHD. Dit blijkt onder andere uit het feit dat de medicatie voor ADHD dit evenwicht herstelt door meer dopamine beschikbaar te maken. Daardoor nemen de klachten af. Ook blijken in onderzoek dat het volume van die gebieden, en de onderlinge verbindingen tussen gebieden te normaliseren (dus toe te nemen) met medicatie voor ADHD.