Even voorstellen...

Ik zou mezelf op veel verschillende manieren kunnen voorstellen, maar hier is het de bedoeling dat ik de nadruk leg op de kwetsbaarheid die ik heb en die mij de diagnose ‘bipolaire stoornis’ heeft bezorgd.

De kwetsbaarheid die ik in aanleg heb en die tot uiting kwam toen ik ongeveer 30 jaar was.
Misschien was die kwetsbaarheid wel altijd onder de oppervlakte gebleven, als zich niet bepaalde omstandigheden hadden voorgedaan in mijn leven. Wie zal het zeggen…

Men spreekt altijd van een stemmingsstoornis maar mijn eigen ervaring is dat de bipolaire stoornis een energiestoornis is. Ik zal dit uitleggen.

Helemaal niets mis

Met mijn leven was helemaal niets mis; integendeel. Ik groeide samen met mijn zus en broer op in een gezin waar het belangrijkste volop voorhanden was: ik mocht zijn wie ik ben.
Daarnaast waren de regels precies goed gedoseerd en ik heb nooit gemerkt dat onze ouders ons gebruikten om klaar te komen met hun eigen worstelingen in het leven. Ik denk niet dat er veel kinderen zijn die zorgelozer opgroeien. Ook mijn eigen karakter speelde daarin natuurlijk een rol. Zo had ik bijvoorbeeld het geluk, het haast ongebreidelde optimisme van mijn vader te hebben geërfd.

Ik wil maar zeggen: niets wees erop dat ik later in mijn leven te maken zou krijgen met een psychiatrische aandoening.

Energie

En dan kom ik op het punt van de energie. Na mijn (ook weer: heerlijke en onbezorgde) studietijd ontstonden situaties waardoor mijn energie - ongemerkt maar onhoudbaar - begon weg te lekken.
Eén van die situaties was dat ik compleet het verkeerde werk deed. Ik ben docent in hart en nieren maar in het onderwijs was geen plek. Door 8 jaar lang het werk te doen dat er wél was, maar dat niet bij mij paste en tegen mijn natuur indruiste, heb ik geleidelijk aan al (ál!) mijn energie verloren. Ik verloor mijn vrolijke aard en ik was altijd en overal in mijn hoofd met mijn werk bezig. Tot het niet meer ging. Ik kwam thuis op de bank te zitten.

Geen adequate hulp

Vervolgens was het uitermate bepalend, dat de hulpverlening - om het maar zachtjes te zeggen - niet adequaat op mijn hulpvraag inging. Ik gleed daardoor steeds verder af qua energie- en stemmingspeil.
Wie kan het verschil aanduiden tussen stemming en energie? Voor mij komt het op hetzelfde neer. Dat wil zeggen: stemming is een direct afgeleide van energie. Als alle energie op is, verliest het leven z’n glans en wordt het heel zwaar.

Psychose

Het gegeven dat de hulpverlening niet aangreep op de in mij bestaande nood, leverde zóveel energieverlies en gevoel van machteloosheid op, dat het in mijn hoofd ultimo kantelde naar een psychose. Mijn hoofd draaide de werkelijkheid, die te zwaar werd om te verdragen, om. Ik was er plotseling van overtuigd dat iedereen mij al mijn hele leven voor de gek hield. Dat de hele wereld om mij heen was geënsceneerd en dat ik de hoofdpersoon was in een bizar experiment met overal camera’s en mensen die allemaal toneel spelen.
Het is bij lang niet álle mensen met een bipolaire stoornis zo, dat er psychoses ontstaan in de diepste dalen of op de hoogste toppen, maar bij mij was dit helaas wél zo.

Manie

Toen ik was opgeknapt van de psychose en de onderliggende depressie hield de hulpverlening mij niet meer in de gaten. Het was toen nog niet bekend dat ik een bipolaire stoornis had en zo kon het gebeuren dat ik niet veel later in een psychotische manie belandde, doordat de energie tijdens een studie in Amsterdam accelereerde en accelereerde en accelereerde…

Na een vijftal jaren van opnames brak er godzijdank weer een onbezorgde en heel mooie tijd voor mij aan: mijn man en ik kregen twee kinderen en ik kreeg de baan van mijn leven (docent!). Ik meende zeker te weten dat ik de ziekte onder de knie had, maar toch gebeurde het 13 jaren later opnieuw: accelererende energie die niet meer in toom te houden was.

Herstelbeweging

Nadat ik enigszins was opgekrabbeld uit de meest acute fase van deze recente ziekteperiode heb ik mij aangesloten bij de Herstelbeweging. Dit is het beste dat ik ooit had kunnen doen voor mijn gezondheid, voor mezelf en voor alle mensen om mij heen. Ik ben nu écht aan het herstellen en ik doe tegelijkertijd heel zinvol werk dat andere mensen aanspreekt op hun eigen herstelvermogen. 

Of ik geef voorlichting aan professionals over het omgaan met mensen met een psychose. Mag ik weer die docent zijn die ik óók ben. Zoals gezegd: ik kan mezelf op veel verschillende manieren voorstellen…

 

Carla Linnartz, oktober 2015