Het uitgangspunt van cognitieve gedragstherapie is dat gedachten invloed hebben op de manier waarop iemand zich voelt en gedraagt. Door angstgedachten te veranderen zullen ook gevoelens en gedrag die daaruit voortvloeien veranderen.

Iedereen is wel eens bang of angstig. En dat geeft niet, omdat een angstig gevoel ervoor kan zorgen dat u op bepaalde momenten waakzamer bent en alert. Bijvoorbeeld tijdens een inhaalmanouevre of tijdens slecht weer. Het kan echter gebeuren dat deze gezonde angst 'ongezond' wordt en u een angststoornis ontwikkelt.

Cognitieve gedragstherapie is in wetenschappelijk onderzoek effectief gebleken voor verschillende angststoornissen.

Doel

Het doel is niet om alleen positief te leren denken, maar om realistischer of evenwichtiger te leren denken. Ook na de behandeling blijven vervelende dingen vervelend, maar u ziet ze niet meer als ‘ramp’.

Hoe

Dit doen we door samen met u uw (angst)gedachten te onderzoeken. Dit gebeurt zowel in de sessies als thuis, met behulp van huiswerkoefeningen. Bijvoorbeeld door in de sessies te bespreken welke ervaringen en argumenten er zijn die laten zien dat uw gedachten niet (helemaal) kloppen. Op basis van die informatie lukt het vaak een nieuwe gedachte te formuleren, met positief effect op uw gevoelens.

Maar u wordt ook gevraagd thuis gedragsexperimenten uit te voeren, zodat u  in het dagelijks leven kunt nagaan of uw negatieve gedachten al dan niet juist zijn.

Behandeling

Cognitieve gedragstherapie is een kortdurende vorm van behandeling (15 à 20 sessies).