Tips voor familie en naasten

pdf

Pas toen hij vier jaar geleden ging samenwonen met zijn nieuwe vriendin en haar drie zoons, werd het vermoeden van de 53-jarige Ronald* bevestigd dat zijn eigen twee zoons uit een eerder huwelijk soms wel heel eigenaardige karaktertrekken vertoonden. Manipuleren, zwart-wit denken, woede-uitbarstingen, achterdocht; bijna dagelijks was er ruzie thuis. Toen bij zijn oudste zoon (nu 20) twee jaar geleden een borderline persoonlijkheidsstoornis werd vastgesteld, viel er een hoop op zijn plek. “Hij gelooft in zijn eigen waarheid, zelfs als ik met feiten kan aantonen dat zijn verhaal niet klopt. Soms dacht ik: ben ik nou gek en zie ík het verkeerd?”

Ronald had al vroeg het idee dat zijn zoons zich anders gedroegen dan andere jongens van hun leeftijd. “Het waren hele drukke kinderen die al op jonge leeftijd de diagnose ADHD kregen. Pas na mijn scheiding, toen ik een nieuwe vriendin kreeg die ook zoons heeft, ontstond een onderbuikgevoel dat er wel eens méér aan de hand zou kunnen zijn. Mijn zoons zijn achterdochtig, hebben heftige emoties, verdraaien dingen die worden gezegd, hebben een negatief zelfbeeld, manipuleren en ‘vergeten’ vaak dingen. Ook verliepen relaties moeizaam. Toen mijn oudste een vriendinnetje kreeg, had hij de neiging om haar te claimen. Nadat hij haar was kwijtgeraakt ging het een periode veel slechter met hem.”

Heftige emoties

Ronald ziet dat zijn jongens vaak totaal anders op situaties reageren dan de kinderen van zijn vriendin. “Ik gaf mijn oudste eens een compliment omdat hij gezellig bij ons beneden televisie zat te kijken, terwijl hij normaal liever op zijn kamer zit. Hij ging compleet uit zijn dak na mijn goedbedoelde opmerking. Ook windt hij iedereen om zijn vinger en gelooft hij in zijn eigen waarheid, zelfs als ik met feiten kan aantonen dat zijn verhaal niet klopt.

Soms dacht ik: ben ik nou gek en zie ík het verkeerd?

Voor psychiater en bijzonder hoogleraar Karin Slotema van PsyQ staat het verhaal van Ronald niet op zichzelf. “Ik zie dagelijks patiënten met persoonlijkheidsstoornissen. Deze mensen zijn vaak heel gevoelig en kunnen op een relatief kleine gebeurtenis heftig reageren of de controle verliezen. Ze hebben weinig zelfvertrouwen en grote problemen in het contact met anderen.

Verbetering is mogelijk

Slotema: “Het leven is voor mensen met persoonlijkheidsproblemen niet makkelijk. Ze ervaren heftige emoties en functioneren minder goed als het aankomt op bijvoorbeeld werk of relaties. Toch zijn het vaak hele bijzondere en talentvolle mensen die veel narigheid hebben meegemaakt, maar zich desondanks staande weten te houden in het leven. Dat vind ik bewonderenswaardig. Daarom is het ook zo jammer dat er een negatief stigma aan persoonlijkheidsstoornissen kleeft. Vooroordelen die ik niet alleen van patiënten, maar ook van hulpverleners hoor, zijn: ‘dan ben je vast een moeilijk persoon’, of ‘dan ben je niet te helpen’.”

Verbetering is volgens Slotema wel degelijk mogelijk. “Van een groot deel van de mensen die bij ons in behandeling komt, nemen de klachten af en verbetert hun kwaliteit van leven. Door middel van psychotherapie wordt gewerkt aan iemands zelfbeeld en de manier waarop hij of zij met emoties en met anderen omgaat. Vaak loopt het contact met anderen dan een stuk beter. Als we kijken naar de borderline persoonlijkheidsstoornis voldoet de helft van de patiënten na vier jaar niet meer aan de diagnose. Dat wil niet zeggen dat deze groep volledig klachtenvrij is, maar wel dat hun situatie flink kan verbeteren. Hoe ernstig ook, er is altijd wel íets dat positief kan veranderen.”

'Probeer iemand met een persoonlijkheidsstoornis te begrijpen'

Ook voor familie en naasten van mensen met een persoonlijkheidsstoornis kan het omgaan met de aandoening moeilijk zijn, weet Slotema. Ze maken zich zorgen en voelen zich machteloos. “Als je als partner, familielid of vriend het vermoeden hebt dat er sprake is van bijvoorbeeld een borderline persoonlijkheidsstoornis trek dan aan de bel! Hoe eerder iemand in zorg komt, hoe beter. Ook als de symptomen mild zijn, kan verbetering optreden.

Probeer te luisteren en niet meteen te oordelen

Verder wil ik iedereen aanraden om wat informatie over de specifieke aandoening op te zoeken; dan wordt het makkelijker om iemand te begrijpen. Probeer te luisteren en niet meteen te oordelen of te adviseren en – heel belangrijk – blijf ook voor jezelf zorgen. Op verschillende locaties van PsyQ bieden we ook familie-ondersteuningsgroepen aan, waar je kunt praten met gelijkgestemden en handvatten krijgt om met je naaste om te leren gaan.”

Neem deel aan een familieondersteuningsgroep

Voor Ronald heeft dat laatste goed geholpen. Om te leren omgaan met de grillige buien van zijn oudste zoon namen Ronald en zijn vriendin een tijdje geleden deel aan de Familieondersteuningsgroep Borderline Persoonlijkheidsstoornis van PsyQ. Ze begrijpen nu beter waarom zijn zoon zich zo kan gedragen en hebben er praktische dingen geleerd. “We kunnen nu zelf beter omgaan met zijn persoonlijkheidsstoornis. Kijk, we kunnen hem niet veranderen dus ik denk dat het meer gaat om hoe je er zelf mee omgaat. Er zijn nu minder situaties waarin het escaleert omdat ik hem durf los te laten. Ik denk nu: laat het maar fout gaan en hem zijn eigen verantwoordelijkheid nemen. Maar dat vind ik nog steeds wel lastig. Een tip voor alle hulpverlening: betrek zo spoedig mogelijk familie bij de behandeling, zodat erger voorkomen kan worden.”

Omdat zijn oudste zoon inmiddels weer bij zijn moeder woont en Ronald weinig contact met hem heeft, past hij de tips vooral toe bij zijn jongste zoon. Die heeft officieel niet de diagnose borderline gekregen, maar heeft volgens zijn vader wel kenmerken die bij een borderline persoonlijkheidsstoornis horen. Vooralsnog vindt zijn zoon dat hij geen hulp nodig heeft. “Dat is moeilijk te verdragen als ouder; de Familieondersteuningsgroep heeft geholpen om hier beter mee te leren omgaan.”

Tips uit ervaring van Ronald

  • Als je met iemand met borderline probeert te praten; vertel dan je verhaal in ik-vorm en betrek het verhaal op jezelf om te voorkomen dat je in een verwijtende sfeer komt.
  • Probeer discussie te voorkomen. Als dat niet lukt, stap er dan zelf uit en benoem dit ook.
  • Laat iemand zelf fouten maken en de verantwoording nemen.
  • Beweeg niet met iemand mee, maar houd hem of haar een spiegel voor.
  • Geef geen ongevraagd advies, hoe moeilijk dit ook is.
  • Praat met de mensen om je heen zodat je je verhaal kwijt kunt.
  • Betrek je gezin erbij, al is het op hoofdlijnen, om tekst en uitleg te geven.
  • Bescherm ook de andere gezinsleden, indien nodig, en geef ook hen aandacht.
  • Neem ook tijd voor jezelf. Houd je eigen leven en steek energie in je vrienden en andere dingen die je leuk vindt.

Heb je na het lezen van dit artikel een vraag over persoonlijkheidsstoornissen? Kijk eens bij onze veelgestelde vragen of lees meer over de verschillende soorten persoonlijkheidsstoornissen.

*Ronald is niet zijn echte naam