Wordt u regelmatig plotseling overvallen door een extreme angst of een gevoel van intens onbehagen? Dan hebt u mogelijk een paniekstoornis. De angstaanvallen die bij een paniekstoornis horen beginnen vaak plotseling en duren doorgaans enkele minuten tot een half uur.

Wanneer u een paniekaanval hebt, kunt u het gevoel krijgen dat u gek wordt, de controle verliest of zelfs doodgaat. Andere angstaanval symptomen zijn hartkloppingen, koude rillingen, misselijkheid, druk op de borst en een gevoel van ademnood. Een paniekstoornis komt vaak voor in combinatie met plein- of straatvrees (agorafobie)

De grootste vrees van iemand met een paniekstoornis is het krijgen van een nieuwe paniekaanval. Vaak zien we dat deze mensen bepaalde situaties vermijden om te voorkomen dat ze mogelijk nieuwe angstaanvallen krijgen. Ze ontwikkelen daardoor vaak angst of vrees voor verschillende situaties. Het openbaar vervoer, drukke winkelstraten en andere openbare ruimten worden vaak gemeden.

In ons land heeft naar schatting 2 tot 3 procent van de bevolking een paniekstoornis. Vrouwen hebben er vaker last van dan mannen. De verhouding is ongeveer 2:1.

Kenmerken paniekstoornis

Iemand met een paniekstoornis heeft last van terugkerende, onverwachte angstaanvallen. Een paniekaanval is een golf van intense angst die heel plotseling kan ontstaan en binnen enkele minuten een piek bereikt. De aanval kan ook ontstaan wanneer iemand al anstig is. Er bestaat geen speciale paniekaanval test  of paniekstoornis test die u kunt invullen om erachter te komen of u een paniekaanval hebt.

Symptomen paniekaanval

Onderstaande symptomen kunnen voorkomen bij een paniekaanval:

  • hartkloppingen
  • trillen of beven
  • transpireren
  • benauwdheid
  • misselijkheid of maagklachten
  • duizeligheid
  • angst voor controleverlies
  • een onwerkelijk gevoel
  • koude rillingen
  • angst om dood te gaan

De diagnose paniekstoornis kan alleen gesteld worden door een psycholoog of een psychiater en alleen als tenminste een van de paniekaanvallen is gevolgd door een periode (van minimaal een maand) met de volgende paniekstoornis symptomen:

  • U bent steeds bezorgd over het krijgen van een nieuwe paniekaanval of de gevolgen daarvan
  • Er is bij u sprake van een aanzienlijke gedragsverandering. U vermijdt bijvoorbeeld openbare ruimten en onbekende situaties om een paniekaanval te voorkomen.

Een paniekstoornis kan niet worden toegeschreven aan de effecten van middelen (bijvoorbeeld drugs of medicatie) en somatische aandoeningen, zoals hart- en longaandoeningen.

Paniekstoornis behandeling

Een paniekstoornis is goed te behandelen door middel van cognitieve gedragstherapie of medicatie. Wanneer een combinatie wordt toegepast verminderen of verdwijnen de spontane paniekaanvallen bij 70 tot 80 procent van de patiënten. Ook gedragstherapie is een bewezen vorm van behandeling.

Naast bovenstaande behandelingen kan een paniekstoornis door middel van ontspannings- en ademhalingstechnieken stapsgewijs verminderen. De vrees voor een nieuwe aanval wordt op deze manier gerelativeerd.