Cognitieve gedragstherapie is een kortdurende vorm van behandeling (15 à 20 sessies). De behandeling is in wetenschappelijk onderzoek effectief gebleken voor eetstoornissen.

Heel geleidelijk kan iemand een eetstoornis ontwikkelen. De kenmerken van een beginnende eetstoornis zijn onder andere: steeds banger worden om aan te komen, steeds meer bezig zijn met afvallen en lijnen afwisselen met eetbuien. Familie, partner en vrienden maken zich ernstige zorgen. Therapie kan patiënt en omgeving veel opluchting geven.

Uitgangspunt

Het uitgangspunt van cognitieve gedragstherapie is dat gedachten invloed hebben op de manier waarop iemand zich voelt en gedraagt. In de behandeling wordt stilgestaan bij de gedachten die er zijn over eten, gewicht en lichaamsvormen en of deze gedachten kloppen. Door die gedachten te veranderen zullen ook gevoelens en gedrag veranderen.

Het doel is niet om alleen positief te leren denken, maar om realistischer of evenwichtiger te leren denken. Ook na de behandeling blijven vervelende dingen vervelend, maar u ziet ze niet meer als ‘ramp’.

Hoe?

Dit doen we door samen met u uw gedachten te onderzoeken. Dit gebeurt zowel in de sessies als thuis, met behulp van huiswerkoefeningen. Bijvoorbeeld door in de sessies te bespreken welke ervaringen en argumenten er zijn die laten zien dat uw gedachten niet (helemaal) kloppen. Op basis van die informatie lukt het vaak een nieuwe gedachte te formuleren, met positief effect op uw gevoelens.

Maar u wordt ook gevraagd thuis gedragsexperimenten uit te voeren, zodat u  in het dagelijks leven kunt nagaan of uw negatieve gedachten al dan niet juist zijn.