Er bestaan flink wat misvattingen en fabels als het gaat om eetstoornissen. Vaak door een gebrek aan kennis. Vervelend voor zowel de mensen die aan een eetstoornis lijden zélf als hun omgeving.  PsyQ zet de meest voorkomende fabels op een rij.

 

  1. Je hoeft niet graatmager te zijn om een eetstoornis te hebben.
    Het is een hardnekkig misverstand dat een eetstoornis áltijd aan het uiterlijk te zien is. Het merendeel van de mensen met een eetstoornis heeft een gezond gewicht, of is slechts iets te licht of te zwaar. Omdat een eetstoornis dus vaak ‘onzichtbaar’ is, wordt deze niet herkend. Er zijn wel andere signalen die kunnen wijzen op een eetstoornis.
  2. Alleen vrouwen kunnen een eetstoornis hebben.
    Dat alleen vrouwen een eetstoornis kunnen ontwikkelen is niet waar. Onderzoek wijst uit dat 3 procent van de mannen tot 20 jaar last heeft (gehad) van eetstoornis. Toch is het voor mannen vaak moeilijker om hier voor uit te komen. De meest voorkomende eetstoornis bij mannen is de vaak onzichtbare eetbuistoornis. Lees hier meer.
  3. Een eetstoornis gaat nooit meer over.
    Het is een feit  dat een eetstoornis zelden uit zichzelf over gaat, maar volledig genezen is wel degelijk mogelijk. Het is dan wel erg belangrijk dat iemand met een eetstoornis hulp zoekt. Ongeveer 45 procent van de patiënten herstelt volledig. 30 procent houdt klachten en 25 procent van de patiënten herstelt niet.  De kans op een terugval is daarbij ook groot.
  4. Je kunt alleen doodgaan aan anorexia, niet aan een andere eetstoornis.
    Het is een misverstand dat mensen alleen kunnen overlijden aan de eetstoornis anorexia. De reden van overlijden is niet alleen het gevolg van overgewicht, maar ook een tekort aan voedingsstoffen als calcium, ijzer en kalium. Dit tekort kan zorgen voor hartritmestoornissen en zelfs tot een hartstilstand. Een tekort aan voedingsstoffen kan voorkomen bij alle eetstoornissen.
  5. Iemand kan pas behandeld worden als er sprake is van ondergewicht.
    Dat klopt niet. Sterker nog: iemand met een te laag gewicht zal eerst moeten aansterken voordat hij of zij kan worden opgenomen in een kliniek.
  6. Iemand met een eetstoornis heeft daar zelf voor gekozen.
    Een eetstoornis ontwikkelt zich vaak geleidelijk. Het begint vaak met een redelijk onschuldig dieet omdat iemand zichzelf te dik vindt. Psychologische factoren spelen een belangrijke rol, zoals weinig zelfvertrouwen, een negatief zelfbeeld, perfectionisme, faalangst en moeite met het uiten van gevoelens. Niemand kiest er zelf voor om een eetstoornis te ontwikkelen.
  7. Iemand met anorexia heeft op een gegeven moment nooit meer honger.
    Anorexia nervosa betekent letterlijk ‘gebrek aan eetlust door een psychische oorzaak’. Toch klopt dit niet helemaal. Iemand met anorexia heeft wel degelijk (heel veel) honger, maar onderdrukt deze hongergevoelens.
  8. Iemand met anorexia vindt zichzelf altijd te dik.
    Vaak is het niet zo zwart/wit. Iemand met anorexia heeft last van een verstoord zelf- en lichaamsbeeld, maar het niet eten en afvallen heeft vaak veel meer om het lijf dan zichzelf dik vinden.  
  9. Een eetstoornis kan alleen behandeld worden met medicijnen.
    Medicijnen kunnen helpen bij psychische problemen als een depressie of angststoornis; problemen die regelmatig voorkomen naast een eetstoornis. Medicijnen worden bij eetstoornissen echter altijd gegeven in combinatie met een therapie, nooit als enige behandeling of als therapie van eerste keuze.
  10. Alleen jongeren in de pubertijd ontwikkelen een eetstoornis.
    Dit klopt niet. Meer dan 20.000 vrouwen in Nederland van 40 jaar en ouder lijden aan een eetstoornis. Rond die leeftijd komen vrouwen in de overgang en dit kan lijden tot psychische klachten en zelfs tot een eetstoornis.