Ik was 31 toen de huisarts zijn vermoedens uitsprak. Ik stortte me daarna op het internet en las alles over ADHD. Ik huilde en genoot met hart en ziel na 15 jaar onbegrepen verdriet. Daarna kwam het onderzoek en het wachten op de diagnose.

Ik was intussen weer vertwijfeld en dacht ondanks de herkenning dat het vast iets anders moest zijn. Vóór mij, de psycholoog. Het dossier in haar handen. In de volle overtuiging dat ik geen ADHD heb zit ik daar zenuwachtig te wiebelen.In razendsnel tempo bedenk ik me allerlei scenario’s hoe dit gesprek gaat verlopen terwijl ze eigenlijk al bezig is mij in te lichten.

Buiten draait een nieuwe film in het Omniversum en voor me ligt een stressballetje. Ik rangschik haar bureau een beetje omdat de a-symmetrie storend werkt.

Haar stem dringt ineens mijn wereld binnen. Bla bla bla bla ………(heel verhaal)……. U heeft ADHD, gecombineerde type.” De emotionele overstroming had ik al gehad. Ik was blij met de bevestiging. Gelabeld en serieus genomen.

Mijn leven was een stemmend orkest. Een dissonante wervelstorm waar geen melodie in te bespeuren viel. Na de diagnose barstte het orkest in alle hevigheid los. Het klonk mij als muziek in de oren. Ik belde mijn moeder. Ze huilde. Ze had medelijden met me. “Mijn hemel, hij kan er écht niets aan doen, hij heeft wél zijn best gedaan en ik wantrouwde dat.” Ze zei dat ze me opnieuw moest leren kennen. En dát is misschien wel de beste uitleg die ik je kan geven als je je afvraagt hoe ik me nu voel: mezelf leren kennen.  

Dylan Siemerink.