Als u een ruminatiestoornis hebt, laat u voedsel vanuit uw maag terugkomen in uw mond. U kauwt het eten vervolgens opnieuw en slikt het door, of u spuugt het voedsel uit. Bij deze voedingsstoornis is er geen sprake van misselijkheid of onderliggende lichamelijke aandoening die dit gedrag verklaart.

 

We spreken van een ruminatiestoornis als u gedurende een maand of langer regelmatig het voedsel in uw maag oprispt. De aandoening komt voornamelijk voor bij (jonge) kinderen, maar ook volwassenen kunnen deze stoornis hebben. De naam ruminatiestoornis is afgeleid van het Latijnse woord ruminare, wat herkauwen betekent.

Symptomen ruminatiestoornis

Kenmerkend voor een ruminatiestoornis bij kinderen is het achterblijven in de groei en verlies van gewicht. Ook gewichtsverlies bij volwassenen komt bij deze stoornis vaak voor. Daarnaast proberen volwassenen eten in gezelschap vaak te vermijden. De aandoening kan daarom ook leiden tot schaamte en het vermijden van sociale activiteiten. Dit leidt uiteindelijk tot eenzaamheid of depressie.

Gevolgen ruminatiestoornis

Een ruminatiestoornis kan leiden tot:

  • Gewichtsverlies en ondervoeding
  • Het ontstaan van een vitamine- en mineralentekort
  • Dehydratie (uitdroging), waarbij vooral ouderen en kinderen een risicodoelgroep zijn
  • Groeiproblemen bij kinderen
  • Aantasting van het gebit omdat de tanden steeds weer in aanraking komen met maagzuur
  • Aantasting van de slokdarm

Behandeling ruminatiestoornis

Een ruminatiestoornis wordt behandeld met cognitieve gedragstherapie. Deze therapie richt zich met name op het veranderen van gedrag. Allereerst wordt uw gedrag in kaart gebracht en wordt gekeken in welke situaties dit gedrag voorkomt. Daarna wordt u geleerd om op een andere manier naar problematische situaties te kijken en ook om er anders mee om te gaan.