Allereerst: zorg dat u geïnformeerd bent.Probeer zoveel mogelijk kennis te vergaren over de diagnose en de symptomen van de stoornis. U vindt meer informatie op deze website, maar ook in brochures en boeken. Een andere informatiebron is de patiënt zelf, voor zover deze zich hierover wil uitlaten.
  • (h)erken de stoornis. Het herkennen van symptomen en vervolgens erkennen dat deze behoren bij een stoornis is voor uzelf en voor de patiënt van belang
  • hou vol en bewaar uw geduld. Deze tip is gemakkelijk gezegd, maar misschien wel het moeilijkst uitvoerbaar! Toch is het belangrijk dat u op de een of ander manier contact blijft houden. De patiënt heeft vaak al zoveel verloren. Zoek zo nodig daarbij voor uzelf ondersteuning
  • maak goede afspraken.Het is belangrijk om afspraken te maken over wanneer, op welke tijdstippen, onder welke voorwaarden en waarvoor de patiënt bij u terecht kan. Vraag daarbij niet te veel van uzelf. Goede afspraken maak je in goed overleg met elkaar. Deze mogen ook gelijkwaardig zijn met het principe 'voor wat hoort wat'. Met goede afspraken weet iedereen waar hij aan toe is en wat hij verwachten kan. Het is essentieel om u aan de afspraken te houden. Dit houvast verhoogt het veilige gevoel van de patiënt. Alhoewel u rekening kan houden met de patiënt in verband met zijn/haar persoonlijkheidsproblemen en ziekteverschijnselen, mag u hem/haar zeker wijzen op zijn/haar verantwoordelijkheden in dezen
  • maak duidelijk waar u wel of niet bij kunt helpen. U kunt wel: een luisterend oor en de nodige aandacht bieden. Ook kunt u proberen om voor afleiding te zorgen.U kunt niet: altijd klaar staan, voor alles begrip tonen, behandelen, suïcide voorkomen, of een opname regelen. De patiënt moet zelf deskundige hulp zoeken en aanvaarden. Geef liever steun dan advies. Probeer niet direct te reageren en probeer 'welles-nietes' discussies te voorkomen. Probeer in het algemeen gematigd, dus niet 'zwart-wit' te reageren. Stel vragen als: "leg mij eens uit, gisteren zei je dat, nu dit". Verwijs naar gemaakte afspraken.
  • overleg met anderen. Het gedrag van patiënten kan veel emoties oproepen. Praat erover met bekenden. Stel waar mogelijk vragen aan behandelaars of zoek steun bij lotgenoten (Labyrint - In Perspectief). Probeer met andere direct betrokkenen overeenstemming te bereiken over de aanpak. Deze overeenstemming is in het bijzonder van belang tussen de ouders van een patiënt
  • weet wat u te doen staat in geval van noodsituaties. Onmiddellijk reageren is nodig in crisis of noodsituaties. Voorbeelden hiervan zijn het slikken van te veel pillen, ernstige zelfverwonding of ernstig in de war zijn. Probeer van tevoren duidelijk te maken wat u verstaat onder een crisis of noodsituatie en wanneer u actie onderneemt. Het best denkbare is dat de patiënt, de behandelaar en direct betrokkenen het eens zijn over wat te doen in welke situatie. Hiervoor is frequent overleg tussen alle partijen noodzakelijk. Afspraken kunnen worden vastgelegd in een schriftelijk crisisplan dat ook voor belanghebbenden beschikbaar is. De realiteit gebiedt te zeggen dat overeenstemming niet zo gemakkelijk te bereiken is. Schakel bij nood de betreffende instanties in. Dit betekent in principe de huisarts, die zo nodig kan verwijzen (EHBO, crisisdienst). In dringende gevallen kan natuurlijk ook 112 gebeld worden.
  • houd afstand en nabijheid in de gaten. Overlaad de patiënt niet met goed bedoelde adviezen. Zit hem/haar niet te dicht op de huid. Afstand bewaren betekent niet kille onverschilligheid of buitensluiten. Probeer een tussenweg te vinden tussen vastklampen en afstoten
  • denk ook aan uw eigen leven, aan uw eigen gezin en uw eigen vrienden- en kennissenkring. Zorg voor voldoende ontspanning en ga er op uit. Probeer de zorg en aandacht te verdelen over verschillende steunpunten. Zo komt niet alles terecht op de schouders van een of twee personen (bijvoorbeeld de ouders). Zo'n situatie geeft immers een enorme verantwoordelijkheid en afhankelijkheid.