De omgeving, waaronder bijvoorbeeld de gezinsleden, kan zowel een positieve als negatieve invloed hebben op de behandeling van de klacht. Deze invloed hoeft niet opvallend aanwezig te zijn. Belangrijk voor de omgeving is dat zij zo min mogelijk meegaan in de klacht van de patiënt.

 

Een voorbeeld

Uw man heeft een dwangstoornis en durft dingen niet meer aan te raken die hij 'vies' vindt, zoals de prullenbak, deurkrukken, de stofzuiger en etenswaren. Het geeft hem behoorlijk wat spanning als hij al deze dingen wel zou moeten aanraken.

'Gelukkig' bent u een hele lieve vrouw die veel taken van hem overneemt. Etensresten ruimt u op voordat hij het kan zien, u leegt alle prullenbakken en u eet alles netjes met mes en vork. Uw gedrag helpt uw man de spanning te verminderen; hij wordt thuis niet meer geconfronteerd met zijn angsten.

U zorgt er helaas ook voor dat de dwang bij uw man in stand gehouden wordt, omdat u meegaat in zijn vermijding. Hoewel uw gedrag positief bedoeld is, kan een negatieve uitwerking op de klacht hebben.