Over PsyQ
 Contact
 Aanmelden
 Wachttijden
 Verwijzers
 Bedrijfsinformatie

Borderline persoonlijkheidsstoornis

Persoonlijkheidsproblematiek
Hoe herken ik het?
Behandeling
Veelgestelde vragen
Waar kan ik terecht?
Familie en vrienden
Meer informatie

Een borderline persoonlijkheidsstoornis is een psychiatrische aandoening die verschillende vormen kan aannemen. Het kenmerkt zich door instabiliteit en veel en abrupte veranderingen in gevoelens, stemmingen, relaties, zelfbeeld en gedrag.

Hoe herken ik borderline?

Door hun sterk wisselende levensstijl, hun extreme uitingen en sterk wisselende stemmingen, staan mensen met borderline erg onzeker in het leven. Ook zijn ze vaak wanhopig over de manier waarop hun leven verloopt. Dat leidt nogal eens tot depressies

. Mensen met borderline zijn niet in staat een eigen koers in het leven te bepalen. Zij vertonen een sterke mate van impulsief gedrag. Er bestaat ook onzekerheid over de eigen identiteit, waarbinnen een duidelijke kern ontbreekt. Ook kost het hun moeite zich te hechten binnen een relatie, met als gevolg vele wisselende contacten, die niet zelden met stormachtige emoties weer worden verbroken. Hun impulsiviteit leidt vaak tot gedrag dat uiteindelijk veel schade berokkent: gokken, drank- en drugsmisbruik, stelen of overmatig eten. Patiënten maken een stuurloze indruk.

Wanneer ontstaat borderline?

De stoornis openbaart zich meestal in de volwassenheid, tussen het zeventiende en vijfentwintigste levensjaar. Bepaalde kenmerken kunnen ook bij kinderen al voorkomen. Omdat kinderen nog niet uitontwikkeld zijn, stelt men de diagnose doorgaans niet gedurende de kindertijd, maar tijdens het begin van de volwassenheid. Borderline kan zich in verschillende vormen manifesteren, die vaak moeilijk te vergelijken zijn. Omdat de stoornis zoveel verschillende vormen kent, is het lastig om de juiste diagnose te stellen.

Borderline en impulsiviteit

De Borderline-patiënt reageert vaak impulsief. Hij gaat direct tot actie over zonder zich eerst af te vragen wat de consequenties zijn. Zo kunnen snelle wisselingen ontstaan in banen en relaties. Andere voorbeelden van impulsiviteit zijn: overmatig genotmiddelen- of medicijngebruik, geldverkwisting, wisselende seksuele contacten en roekeloos autorijden. Soms treedt een combinatie met een eetstoornis op.

Borderline en emoties

De patiënt voelt zich zelden langere tijd achtereen goed gestemd of tevreden. Vaak klaagt hij over leegte en verveling, of hij spreekt over suïcide. Daarnaast kan er sprake zijn van ongecontroleerde woede-uitbarstingen en snelle stemmingswisselingen. Borderliners denken in zwart-wit, grijs is hen nauwelijks bekend. Mensen worden onderverdeeld in goed en slecht. Na een hoopvol eerste contact volgen de teleurstelling en de boosheid als de ander niet voldoet aan de vaak hooggespannen verwachtingen.

Borderline en zelfverwonding

Het komt voor dat de Borderline-patiënt de spanningen afreageert op het eigen lichaam, in de vorm van zelfverwonding Wat is automutilatie?. Ook suïcidepogingen kunnen daarvan deel uitmaken. De betrokkene is bang om in de steek gelaten te worden. Deze angst kan oplopen tot extreme paniek. Wat is een paniekaanval? op momenten dat hij alleen is of zich alleen voelt.

Borderline en psychose/dissociatie

De patiënt kan psychotische en dissociatieve verschijnselen vertonen.
Een psychose is een stoornissen in de waarneming, zoals het horen van stemmen, of een stoornis in het denken, zoals overmatige achterdocht. Deze verschijnselen duren meestal kort, een paar uur tot enkele dagen.
Dissociatieve verschijnselen duiden op het gevoel naast de realiteit te staan en het eigen lichaam als onwerkelijk te beschouwen. De risico's om in een maatschappelijk isolement raken zijn uiteraard legio. Het zelfvertrouwen vermindert voortdurend.

DSM-IV-TR criteria BPS

Een diepgaand patroon van instabiliteit in intermenselijke relaties, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties zoals blijkt uit vijf (of meer) van de volgende:

1. Krampachtig proberen te voorkomen om feitelijk of vermeend in de steek gelaten te worden.
N.B.: Reken hier niet het suïcidale of automutilerend gedrag toe, aangegeven in criterium 5.
2. Een patroon van instabiele en intense intermenselijke relaties gekenmerkt door wisselingen tussen overmatig idealiseren en kleineren.
3. Identiteitsstoornis: duidelijk en aanhoudend instabiel zelfbeeld of zelfgevoel.
4. Impulsiviteit op ten minste twee gebieden die in potentie betrokkene zelf kunnen schaden (bijvoorbeeld geld verkwisten, seks, misbruik van middelen, roekeloos autorijden, vreetbuien).
N.B.: Reken hier niet het suïcidale of automutilerend gedrag toe, aangegeven in criterium 5.
5. Recidiverende suïcidale gedragingen, gestes of dreigingen of automutilatie.
6. Affectlabiliteit als gevolg van duidelijke reactiviteit van de stemming (bijvoorbeeld periodes van intense somberheid, prikkelbaarheid of angst, meestal enkele uren durend en slechts zelden langer dan een paar dagen).
7. Chronisch gevoel van leegte.
8. Inadequate, intense woede of moeite kwaadheid te beheersen (b.v. frequente driftbuien, aanhoudende woede of herhaaldelijk vechtpartijen).
9. Voorbijgaande, aan stress gebonden paranoïde ideeën of ernstige dissociatieve verschijnselen.