33% van de angst patiënten heeft ook ADHD
Door Marlene Busko, Medscape Medical News, 17 maart 2008
Vertaling: Jeannette van der Poel
 | | De uitkomst van onderzoek bij patiënten in behandeling in een kliniek voor angststoornissen liet zien dat 33% van de populatie symptomen had van ADHD. Deze uitkomst is veel hoger dan de eerder gepubliceerde prevalentie van 4,4 % volwassenen met ADHD in de algemene bevolking in de Verenigde Staten. |
Deze bevindingen werden gepresenteerd tijdens de 28e jaarlijkse bijeenkomst van de "Anxiety disorders Associaton" in Amerika door Michael van Ameringen en collega's van het McMaster University Medical Center, in Hamilton, Ontario.
"Van de personen die zich bij ons aanmeldden voor behandeling van hun angststoornis, ontdekten wij dat 33% van hen symptomen had van ADHD, en zij hadden niet de intentie hier hulp voor te zoeken. Het is belangrijk om te beseffen dat ADHD bij volwassenen bestaat en dat bij 50% van de kinderen de symptomen in de volwassenheid blijven bestaan. Vaak wordt de diagnose over het hoofd gezien omdat ADHD meestal samen gaat met andere psychiatrische ziekten. Ondanks dat ADHD bij volwassenen niet uitgebreid beschreven staat in de DSM-IV, heeft de US Food en Drug Administration zijn goedkeuring gegeven voor het gebruik van een nieuw langwerkend stimulerend medicijn voor ADHD bij kinderen, adolescenten en volwassenen," zo vertelde dr. van Ameringen.
ADHD is de meest voorkomende psychiatrische stoornis in de kindertijd, en het verklaart 50% van de klinische casuïstiek. De prevalentie van ADHD bij kinderen is 3-10%, en komt vaak voor met comorbide stoornissen zoals gedragsproblemen, de oppositionele gedragsstoornis, angststoornissen en de bipolaire stoornis. Er zijn geen specifieke criteria voor volwassenen met ADHD in de DSM-IV, dus de clinicus moet het doen met de criteria voor kinderen (zoals aanvang van enkele symptomen voor het 7e levensjaar), alhoewel men verwacht dat dit met de komst van de DSM-V zal veranderen, zo zei hij. Hoewel ADHD na de kindertijd kan verdwijnen, is er nog altijd 36 tot 55% van de kinderen waarbij de symptomen in de volwassenheid blijven bestaan.
Symptomen van ADHD uiten zich anders bij volwassenen:
• Symptomen van hyperactiviteit bij kinderen met ADHD ( wriemelen, zenuwachtig bewegen, moeite met stil zitten, extreem veel rennen en klimmen, niet rustig kunnen werken en spelen, excessief veel praten) uiten zich op een andere manier bij volwassenen (altijd met werk bezig zijn, teveel plannen in te korte tijd, overspoeld raken, keuze voor actieve banen, constant actief zijn en excessief veel praten).
• Hetzelfde geldt voor symptomen van impulsiviteit bij kinderen (antwoorden eruit gooien voordat de vraag gesteld is, niet op de beurt kunnen wachten, iemand in de rede vallen) manifesteert zich op een andere manier bij volwassenen (lage frustratietolerantie, kort lontje, snel van baan wisselen, relaties beëindigen, te hard rijden in het verkeer, neiging tot verslaving).
• Ten slotte, de symptomen van aandachtstekort verschillen bij kinderen met ADHD (moeite met vasthouden van de aandacht, niet luisteren, niet lang iets kunnen volgen, moeite met het organiseren van taken, belangrijke dingen verliezen, gemakkelijk afgeleid, vergeetachtig) vergeleken met volwassenen (uitstelgedrag vertonen, langzaam en inefficiënt werken, slechte timemanagement vaardigheden, slecht kunnen organiseren).
ADHD bij kinderen komt vaker voor bij jongens, met een verhouding jongen:meisje van 10:1 in klinische steekproeven, en 3:1 in een bevolkingssteekproef. Bij volwassenen ligt deze verhouding veel dichter bij elkaar namelijk 3:2. Veel kinderen met ADHD worden gediagnosticeerd met het gecombineerde type (aandachtstekort, en impulsiviteit en hyperactiviteit); volwassenen daarentegen krijgen vaker de diagnose onoplettendheidtype. Het is interessant om op te merken dat de diagnose ADHD vaak wordt gemist bij meisjes, omdat zij vaker het onoplettendheidtype hebben, zo zei Dr. Van Ameringen.
ADHD heeft een hoge erfelijkheidsfactor, te weten 0.76, wat hoger is dan voor borstkanker, astma of schizofrenie. "Een van de opvallend verrassende ontdekkingen van de National Comorbidity Survey-Replication (NCS-R) studie, was dat het voorkomen van ADHD bij volwassenen volgens strikte DSM-IV criteria 4,4% was, wat ADHD bij volwassenen een van de meest voorkomende psychiatrische stoornissen in de volwassenheid maakt", zei dr. van Ameringen. Dat onderzoek gaf aan dat de prevalentie van ADHD bij volwassenen voorkomt in een verhouding van mannen:vrouwen van 5:3. Individuele patiënten met ADHD hadden vaak comorbide stoornissen zoals angststoornissen, stemmingsstoornissen en sociale fobie (Kessler RC et al. AM J Psychiatry. 2006;163:716-23). Slechts 25% van de patiënten met ADHD had ooit behandeling voor de ADHD gehad, en slechts 10% had behandeling in de laatste maand.
Prevalentie van ADHD en angstDr. Van Ameringen en zijn collega's waren gericht op het vaststellen van de prevalentie van ADHD in de kindertijd en in de volwassenheid bij een groep patiënten in een kliniek voor angststoornissen. Zij onderzochten 97 verwezen patiënten. De patiënten vulden een ADHD zelfrapportage schaal (de ASRS 1.1) in, er werd hen een gestructureerd klinisch DSM-IV interview afgenomen, en de ADHD module van de MINI (Mini International Neuropsychiatric Interview). De uitkomsten waren dat 32 van de 97 volwassenen (33%) volgens de MINI voldeden aan de criteria voor ADHD, en evenveel volwassenen, 29 van de 88 (33%) volgens de zelfrapportagelijsten. Slechts 9 van de 32 personen (28%) die voldeden aan de criteria voor ADHD, waren daarmee onlangs gediagnosticeerd; slechts 7 van deze 9 personen (22%) waren eerder behandeld voor deze stoornis, en slechts 1 persoon was onlangs gestart met behandeling voor deze stoornis. De meeste personen herkenden zichzelf in de diagnose ADHD, "maar niemand had de formele diagnose gesteld", zei Dr. Van Ameringen. Het is te hopen dat de DSM-V betere criteria bevat om de diagnose ADHD bij volwassenen te kunnen stellen.