Hoe werkt het?
Tijdens lichttherapie wordt u blootgesteld aan wit licht van een sterke intensiteit (10.000 lux). U komt vijf tot tien opeenvolgende werkdagen, gedurende 30 minuten per keer. U zit aan een tafel op 50-60 cm afstand van de lichtbox. Het is van belang dat het hoofd naar het licht gericht is, zo valt het licht in de ogen. Intussen kunt u lezen of naar muziek luisteren.
Voor een goed herstel van het dag- en nachtritme heeft het de voorkeur om het licht 's morgens toe te dienen. Lichttherapie 's avonds vergroot daarbij het risico van slaapstoornissen.
Resultaat lichttherapie

Lichttherapie toedienen in het begin van de winterdepressie, blijkt terugval voor de rest van het seizoen te kunnen voorkomen.
Als lichttherapie pas gegeven wordt als de depressie zich al volledig ontwikkeld heeft, is de kans groter dat de lichttherapie nog eens herhaald moet worden gedurende de winter.
Achtergrond lichttherapie
In de winter wordt meer van het hormoon melatonine (slaaphormoon) geproduceerd door het lichaam. Lichttherapie verlaagt de concentratie melatonine in het bloed. Hierdoor wordt de biologische klok beïnvloed. Men denkt dat melatonine te maken heeft met een winterdepressie. Er wordt veel onderzoek verricht naar deze verbanden. Definitieve antwoorden zijn er nog niet.
Gevaren en bijwerkingen
Het licht komt uit een box met speciale tl-buizen en bevat geen ultraviolette straling. De therapie heeft over het algemeen geen of vrijwel geen bijwerkingen. De meest genoemde klachten tijdens de behandeling zijn hoofdpijn, misselijkheid en vermoeide ogen. Deze klachten gaan vanzelf weer over.
Er zijn omstandigheden, medicijnen en aandoeningen waarbij lichttherapie onverstandig is of in aangepaste vorm toegepast dient te worden. Dit wordt tijdens het intakegesprek besproken.