‘Feit is dat de angst langzaam is opgekomen. In het begin vloog ik nog regelmatig. Naarmate ik vaker vloog, ging ik erover nadenken. Het is een soort optelsom van alle turbulentie en luchtzakken bij elkaar. De combinatie van opgesloten zitten en het gevoel van machteloosheid: "als er nu iets gebeurt, zitten we als ratten in de val". Geleidelijk aan werd de angst massiever. Ik kon er niet meer van slapen. Misschien had het ook met een periode in m’n leven te maken, dat je minder goed met angst om kunt gaan. Het was een moeilijke beslissing om te zeggen: "vanaf nu vlieg ik niet meer", maar ik heb er nooit spijt van gehad.’
Bron: Interview Vrij Nederland